Op deze pagina

Als een antibioticum onjuist wordt gebruikt, kunnen bacteriën ongevoelig worden voor (Antibiotica zijn medicijnen die bacteriën doden of remmen in de groei. Er zijn verschillende groepen antibiotica die onderling verschillen in chemische structuur. Daardoor zijn niet alle antibiotica tegen dezelfde bacteriën effectief.). Dat heet resistentie. Zie voor meer informatie: Wat is resistentie? | RIVM

Op deze pagina staan cijfers over: 

Antibioticagebruik buiten het ziekenhuis
Antibioticagebruik in ziekenhuizen
Antibioticagebruik in verpleeghuizen
Antibioticagebruik volgens AWaRe-classificatie

Antibioticagebruik buiten het ziekenhuis tussen 2023 en 2024 licht gestegen

Tussen 2023 en 2024 is het totale antibioticagebruik buiten het ziekenhuis (ambulante zorg) licht gestegen van 8,78 (Defined Daily Dose. Standaarddagdosering.) per 1.000 inwoners per dag in 2023 naar 9,02 per 1.000 inwoners per dag in 2024. Tussen 2019 en 2021 was er een duidelijke daling in het antibioticagebruik buiten ziekenhuizen. Deze daling viel samen met de COVID-19-pandemie en is waarschijnlijk toe te schrijven aan de verminderde overdracht van infectieziekten, zorgmijding en zorguitstel,  en de focus op het virus in de COVID-19 periode. De stijging tussen 2022 en 2024 wijst op een terugkeer naar de patronen van zorgverlening en voorschrijven van vóór de pandemie ( NethMap, NethMap One Health 2025 – Consumption of antimicrobial agents and antimicrobial resistance in the Netherlands from a one health perspective (2025) ). Ook een uitbraak van Mycoplasma pneumoniae in 2023-2024 zou hier aan bijgedragen kunnen hebben ( Kolwijck, E., Simons, Van der Sloot, Hermans, Essink, van den Bogart, Leenders, Mycoplasma pneumoniae‑uitbraak in Nederland 2023‑2024 (2024) RIVM, Annual reporting on surveillance of acute respiratory infections in the Netherlands, winter 2023/2024 – Other respiratory infections reported in the weekly virological laboratory surveillance (geciteerd 10 juli 2026), Bilthoven (2026)

Zie NethMap | RIVM voor meer details en achtergrond bij antibioticagebruik buiten het ziekenhuis.


 Bron: SWAB via  NethMap, NethMap One Health 2025 – Consumption of antimicrobial agents and antimicrobial resistance in the Netherlands from a one health perspective (2025)

  • In 2023 is een nieuwe methode gebruikt. Data voor 2023 zijn volgens zowel de nieuwe als oude methode berekend en worden twee keer getoond.  

Antibioticagebruik in ziekenhuizen in 2024 gedaald

Het gebruik van (Antibiotica zijn medicijnen die bacteriën doden of remmen in de groei. Er zijn verschillende groepen antibiotica die onderling verschillen in chemische structuur. Daardoor zijn niet alle antibiotica tegen dezelfde bacteriën effectief.) in ziekenhuizen (intramurale zorg) daalde van 92,0 (Defined Daily Dose. Standaarddagdosering.) per 100 patiëntdagen in 2023 naar 91,0 in 2024 (zie linker figuur). Door de herziene analysemethode lag het cijfer voor 2023 op basis van de nieuwe methode iets lager dan op basis van de oude methode. Het gebruik van antibiotica per 1.000 inwonerdagen (DID) daalde van 0,822 in 2023 naar 0,792 in 2024 (zie rechter figuur). Het was voor het eerst sinds 2021 dat de DDD per 1000 inwonerdagen daalde. Bij deze resultaten uitgedrukt per 1.000 inwonerdagen lag het cijfer voor 2023 op basis van de nieuwe methode juist wat hoger dan op basis van de oude methode. In de nieuwe analysemethode worden antibiotica die geïmporteerd zijn als reactie op tekorten, evenals formuleringen die bereid zijn door ziekenhuisapotheken zelf, niet meer meegenomen. Dit leidt waarschijnlijk tot een onderschatting van het werkelijke antibioticagebruik. De daling van het aantal DDD per 100 patiëntdagen duidt er op dat de trend van kortere ziekenhuisopnamen en intensievere behandelingsschema's per patiënt voorlopig tot stilstand lijkt te zijn gekomen ( NethMap, NethMap One Health 2025 – Consumption of antimicrobial agents and antimicrobial resistance in the Netherlands from a one health perspective (2025) ). 

Zie NethMap | RIVM voor meer details en achtergrond bij antibioticagebruik in ziekenhuizen.


Toename gebruik in langdurige zorg tussen 2023 en 2024 mogelijk verklaard door verschillen in methodologie

Het antibioticagebruik in de langdurige zorg is gestegen van 47,1 in 2023 naar 53,1 DDD per 1.000 bewonerdagen in 2024. In 2024 was er een duidelijke toename bij bepaalde groepen antibiotica, waaronder macroliden. Gegevens over antibioticagebruik in verpleeghuizen zijn verzameld via het Nederlandse (Een systeem dat (actueel) inzicht geeft in de ontwikkeling van het vóórkomen van zowel infectieziekten als ziekteverwekkers. Dit houdt in de systematische verzameling, analyse en interpretatie van gegevens en vervolgens de rapportage.) Netwerk Infectieziekten in Verpleeghuizen (SNIV) ( NethMap, NethMap One Health 2025 – Consumption of antimicrobial agents and antimicrobial resistance in the Netherlands from a one health perspective (2025) ).

De toename in 2024 kan gedeeltelijk worden verklaard door de verschillen in methodologie. In tegenstelling tot voorgaande jaren konden SNIV-deelnemers hun gegevens automatisch exporteren vanuit het voorschrijfsysteem, wat heeft geleid tot een aanzienlijke toename van het aantal deelnemende langdurige zorginstellingen. Dit kan hebben geresulteerd in enigszins verschillende studiepopulaties. Bovendien kan de gebruikte methode om de verstrekte medicijnen te berekenen hebben geleid tot een overschatting van het gebruik van bepaalde groepen antibiotica, met name de groepen die worden gebruikt voor onderhoudstherapie. 

Zie NethMap | RIVM voor meer details en achtergrond bij antibioticagebruik in de langdurige zorg.


Nederland voldoet aan (Europese unie)-doelstelling voor percentage eerstekeuzemiddelen

Volgens de WHO AWaRe-classificatie valt 72,9% van de (Antibiotica zijn medicijnen die bacteriën doden of remmen in de groei. Er zijn verschillende groepen antibiotica die onderling verschillen in chemische structuur. Daardoor zijn niet alle antibiotica tegen dezelfde bacteriën effectief.) die in Nederland buiten het ziekenhuis worden gebruikt in de 'Access'-categorie en 27,1% in de 'Watch'-categorie. Voor gebruik in het ziekenhuis waren deze percentages respectievelijk 58,4 en 41,1%, en 0,5% in de 'Reserve'-categorie. Gemiddeld viel 71,7% van het gebruik in 2024 in de Access-categorie en daarmee is de EU-doelstelling van minimaal 65% voor het aandeel antibiotica in de Access-groep voor 2030 al gehaald ( NethMap, NethMap One Health 2025 – Consumption of antimicrobial agents and antimicrobial resistance in the Netherlands from a one health perspective (2025) ). Antibiotica in de Access-groep zijn relatief smalwerkend (smalspectrum) en geven daardoor een lagere kans op de ontwikkeling van resistentie. Het betreft vaak eerstekeuzemiddelen en het zijn de meest gebruikelijke antibiotica. Dit in tegenstelling tot de beperkt voorschrijfbare en  (De laatste redmiddelen of reservemiddelen worden uitsluitend voorgeschreven in situaties waarin de gebruikelijke antimicrobiële middelen onvoldoende effectief zijn. Wat een laatste redmiddel is hangt af van de setting, zoals in de huisartsenpraktijk of in het ziekenhuis. Ook verschilt het per ziekenhuis.) die cruciaal zijn voor de medische zorg en een hoger risico op resistentie hebben. Voor deze middelen zijn daarom strengere beperkingen voor het gebruik vastgesteld (zie AWaRe voor meer informatie).


  • M.M. Harbers, red. (RIVM)